© 2011 Badmintonclub Princenhage. Site beheer door Ron Stuffertz

Badminton

Spelregel
 

Spelsoorten
Badminton kent vijf spelsoorten:
mannenenkelspel (MS)
vrouwenenkelspel (WS)
mannendubbelspel (MD)
vrouwendubbelspel (WD)
gemengddubbelspel (MXD).

Toss
Door middel van een loting (toss) wordt bepaald wie de wedstrijd mag beginnen. Degene die de toss wint, mag kiezen wie er begint met serveren, of wie er aan welke kant van het speelveld begint. Nadat de winnaar van de toss heeft gekozen, mag de tegenstander uit de overgebleven opties kiezen. Bijvoorbeeld: de tosswinnaar kiest ervoor om te beginnen met serveren � de tegenstander mag er dan voor kiezen van kant te wisselen.

De service is erg belangrijk in badminton. Het is namelijk alleen maar mogelijk punten te scoren als je aan service bent. Een goede service voldoet aan de volgende eisen:

Een service wordt altijd onderhands geslagen (de shuttle dient beneden het middel geraakt te worden en het racketblad moet duidelijk onder de gehele hand van de speler te zien zijn).

Je serveert altijd vanuit je eigen serveervak, diagonaal naar het serveervak van de tegenstander. Dus wanneer je vanuit het rechter serveervak serveert, moet de shuttle terechtkomen in het rechter serveervak van de tegenstander.
Tijdens de service mogen je voeten geen veldlijnen raken.
Tijdens de service dienen beide voeten de grond te raken.
Telling

Met ingang van het seizoen 2008/2009 hanteert de BBF het rallypoint-systeem.

Een partij wordt gespeeld om 2 gewonnen games, tenzij anders is bepaald (bij de BBF worden er 2 games gespeeld en levert iedere gewonnen game 1 punt op).

De partij die het eerst 21 punten scoort wint de game, behalve

in het geval de stand 20-beiden wordt, moet de game worden gewonnen met 2 punten verschil;

in het geval de stand 29-beiden wordt, wordt de game gewonnen door de partij die het 30ste punt scoort.

De partij die de rally wint scoort een punt.

De partij die een game wint begint met serveren in de volgende game.

Wisselen van speelhelft

Spelers moeten van speelhelft wisselen:

Na afloop van de eerste game; voor het begin van de derde game (indien deze wordt gespeeld); en in de derde game, of in een partij die uit ��n game bestaat, zodra ��n der partijen 11 punten heeft gescoord.

Indien spelers niet op de aangegeven wijze van speelhelft wisselen, moet dit alsnog gebeuren zodra de vergissing is opgemerkt en de shuttle niet in spel is. De dan bereikte stand blijft gehandhaafd.

Enkelspel

Serveervakken:

De service moet vanuit het rechter serveervak worden geslagen, respectievelijk in het rechter serveervak worden ontvangen, als de serveerder geen of een even aantal punten heeft gescoord in de game.
De service moet vanuit het linker serveervak worden geslagen, respectievelijk in het linker serveervak worden ontvangen, als de serveerder een oneven aantal punten heeft gescoord in de game.

De shuttle wordt beurtelings door de serveerder en de ontvanger geslagen totdat een fout wordt gemaakt of totdat de shuttle niet langer in spel is.

Scoren en serveren:

Als de ontvanger een fout maakt, of als de shuttle niet langer in spel is omdat deze binnen de speelhelft van de ontvanger de vloer raakt, scoort de serveerder een punt. De serveerder serveert dan opnieuw, echter vanuit het andere serveervak. Als de serveerder een fout maakt, of als de shuttle niet langer in spel is omdat deze binnen de speelhelft van de serveerder de vloer raakt, scoort de ontvanger een punt. De serveerder verliest het recht van serveren en de ontvanger wordt dan de nieuwe serveerder.

Dubbelspel

Serveervakken:

De speler van de serverende partij serveert vanuit het rechter serveervak, als zijn partij geen of een even aantal punten heeft gescoord in de game. De speler van de serverende partij serveert vanuit het linker serveervak, als zijn partij een oneven aantal punten heeft gescoord in de game. Op de partners is het omgekeerde van toepassing. De speler van de ontvangende partij die in het diagonaal tegenover de serveerder liggende serveervak staat is de ontvanger. Alleen de ontvanger mag de service terugslaan; mocht de shuttle worden geraakt of geslagen door diens partner dan is dit een fout en scoort de serverende partij een punt. Bij elke servicebeurt moet de service beurtelings vanuit het andere serveervak worden geslagen. De spelers van de ontvangende partij wisselen niet van serveervak totdat zij een punt scoren tijdens de eigen servicebeurt.

Volgorde van spelen en positie op de baan

Nadat de service is teruggeslagen, wordt de shuttle beurtelings door ��n van de spelers van de serverende partij en ��n van de spelers van de ontvangende partij geslagen totdat de shuttle niet langer in spel is. Nadat de service is teruggeslagen, mag een speler de shuttle terugslaan vanaf elke willekeurige positie aan zijn zijde van het net.

Serveren

In elke game vervalt het recht van serveren achtereenvolgens op onderstaande wijze:

van de serveerder die de game vanuit het rechter serveervak is begonnen, aan de partner van de eerste ontvanger, waarbij de service vanuit het linker serveervak moet worden geslagen; dan aan de speler van de oorspronkelijk serverende partij die staat in het serveervak van waaruit de service in overeenstemming met het behaalde aantal punten moet worden geslagen; dan aan de speler van de oorspronkelijk ontvangende partij die staat in het serveervak van waaruit de service in overeenstemming met het behaalde aantal punten moet worden geslagen enzovoorts.

De partij die een game wint bepaalt wie van de beide spelers van die partij in de volgende game eerst serveert, en de verliezende partij bepaalt wie van de beide spelers van die partij in de volgende game eerst ontvangt.

Punten scoren

Als de ontvangende partij een fout maakt, of als de shuttle niet langer in spel is omdat deze binnen de speelhelft van de ontvangende partij de vloer raakt, scoort de serverende partij een punt, en serveert de serveerder opnieuw vanuit het andere serveervak. Als de serverende partij een fout maakt, of als de shuttle niet langer in spel is, omdat deze binnen de speelhelft van de serverende partij de vloer raakt, scoort de ontvangende partij een punt. De serverende partij verliest het recht van serveren en de ontvangende partij wordt de nieuwe serverende partij.

Je scoort een punt als �
je de shuttle in het speelveld van de tegenstander op de grond slaat;
de tegenstander de shuttle in het net, onder het net, tegen het plafond of zijmuren of buiten jouw speelveld slaat;
de tegenstander de shuttle slaat voordat deze over het net is;
de tegenstander de shuttle twee maal achter elkaar raakt.

Je maakt een fout als �
de shuttle binnen je speelveld op de grond valt;
de shuttle tijdens de service, buiten het juiste serveervak van je tegenstander valt;
je in het net slaat;
je de shuttle twee maal achter elkaar raakt.

Een let is
Een let betekent dat de rally opnieuw moet worden gespeeld als gevolg van een onvoorziene gebeurtenis (bijvoorbeeld als de shuttle van anderen in jouw veld valt), of als de scheidsrechter twijfelt over bijvoorbeeld een in-uit situatie.

De Greep

Shake hands-greep (te gebruiken bij alle slagen).

Techniek:
1. Houd het blad van het racket verticaal.
2. Pak het reacket alsof je iemand aan hand geeft.
3. De punt van de V tussen je duim en wijsvinger ligt op het handvat.

Forehand-clear

Bovenhandse slag in het achterveld van de tegenstander, handpalm naar het net gericht.

Techniek:
1. Een rechtshandige staat met links voor (een linkshandige andersom).
2. Breng het racket naar achteren. Wijs met de andere hand naar de shuttle.
3. Raak de shuttle hoog met gestrekte arm. Zwaai het racket door.

Backhand-clear

Bovenhandse slag in het achterveld van de tegenstander, handrug naar het net gericht.

Techniek:
1. Een rechtshandige staat met rechtsvoor (een linkshandige andersom).
2. Breng de racket naar achteren. Buig je elleboog en pols.
3. Raak de shuttle hoog, met gestrekte arm.

Dropshot

Bovenhandse slag, waarbij je de shuttle vlak achter het net speelt.

Techniek:
1. Zie  
Forehand-clear   en   Backhand-clear
2. Rem de slagbeweging af vlak voordat je de shuttle raakt. De pols blijft gestrekt.

Opslag

Onderhandse slag.

techniek:
1. Een rechtshandige staat met links voor (een linkshandige andersom). De shuttle is schuin voor je.
2. Diepe, hoge opslag: sla de shuttle met een felle beweging vanuit je onderarm.
3. Korte, lage slag: duw de shuttle over het net.

Lob

onderhandse slag, over de tegenstander in het achterveld.

Techniek:
1. Zie de  
onderhandse opslag
.
2. Je kunt de lob met de  
Forehand   en met de   Backhand
  spelen.

Smash

Slag naar de grond.

techniek:
1. Een rechtshandige staat met de linkervoet voor (een linkshandige andersom).
2. Breng het racket achter de rug. Wijs met je andere hand naar de shuttle.
3. Raak de shuttle met een gestrekte arm voor je en sla hem naar de grond.

Badmintonveld

Bij een enkelspel is het veld 13,40 lang en 5,18 meter breed. Bij een dubbelspel is het veld 13,40 meter lang en 6,1 meter breed. De hoogte van het net is 1,55 meter.

Tactiek Netspelen

Aanval

1. Speel de shuttle op de plek waar de tegestander ruimte laat.
2. Vermoei de tegenstander. Speel afwisselend (kort-lang, links-rechts).
3. Maak gebruik van de zwakke plekken van de tegenstander (vaak de backhand).
4. Een zwakke plek is de ruimte tussen de spelers. Sla de bal in die ruimte (dubbelspel).

Verdediging

Veldspeler
1. Ga direct na een actie terug naar het midden van het gebied dat je moet verdedigen.
2. Maak afspraken over de opstelling. Als je een dubbelspel speelt.
3. Spreek af wie de shuttle neemt als hij tussen jullie in wordt gespeeld. Roep 'los' als je de shuttle wilt spelen bij dubbelspel.

aaaaaaaaaaaaiii